Zoeken in MS Excel 2016-cursus:
Laatst gewijzigd: 8/07/2016

Sparklijnen invoegen

1. Leerdoel

Studenten moeten sparklijnen aan werkbladen kunnen toevoegen

2. Toelichting

Sinds MS Excel 2010 werd de mogelijkheid geïntroduceerd tot het invoegen van 'sparklijnen' (sparklines). Een sparklijn is een soort minigrafiekje dat in één cel van een werkblad past.

Het is bedoeld om trends in cijferreeksen weer te geven, waardoor in één oogopslag en zonder al te veel details evoluties kunnen worden afgelezen aan de hand van een trendlijn.

Klik in het oefenbestand ‘oefeningen.xlsx’ op het tabblad ‘Sparklijnen’ om het toevoegen van sparklijnen zelf meteen in te oefenen

3. Sparklijnen toevoegen

Om sparklijnen aan een werkblad toe te voegen kan je volgende eenvoudige procedure volgen.

  1. Klik op de cel waarin de trendlijn moet worden weergegeven

  2. Klik in het lint op het tabblad 'Invoegen'

  3. Klik in de groep 'Sparklines' op één van de drie knoppen met sparklijn-types:

    1. Lijn
    2. Kolom
    3. Winst/verlies

  1. Voer in het invoerveld 'Gegevensbereik' van het dialoogvenster 'Sparklines maken' het celbereik in dat de waarden bevat die in de sparklijn moeten worden weergegeven:

    1. Tik het celbereik in of,

    2. Klik op de knop 'Celadres' , sleep over het celbereik dat de waarden bevat en klik opnieuw op de knop 'Celadres'

  1. In het invoerveld 'Locatiebereik' kan je de cel invoeren waarin de sparklijn moet worden geplaatst

  2. Klik tenslotte op de knop 'OK'

  3. MS Excel plaats het gekozen sparklijntype meteen in de geselecteerde cel

  1. Tevens wordt in het lint het contextuele tabblad 'Hulpmiddelen voor sparklines' getoond, waarin tal van opmaak- en aanpassingsfuncties voor sparklijnen zijn opgenomen.

4. Sparklijnen aanpassen

4.1. Ander sparklijntype

De groep 'Type' van het contextuele tabblad 'Ontwerpen' toont de drie types die voor het weergeven van sparklijnen kunnen worden gekozen.

4.1.1 Lijn type

Een lijnsparkline geeft de onderliggende gegevensreeks weer als een vloeiende lijn. Klik op de knop 'Regel' in de groep 'Type' om dit sparklijntype in de op dat moment geselecteerde cel in te voegen.

4.1.2 Kolom type

De kolomsparklijn geeft de waarden weer als verticale staven waarvan de hoogte wordt bepaald door de overeenkomstige waarde.

4.1.3 Winst/verlies type

Het winst/verlies-staafdiagram toont evenveel staven als er waarden in het onderliggende celbereik voorkomen. Echter, de staven geven enkel aan of de onderliggende waarde positief (groter dan 0), dan wel negatief (kleiner dan 0) is. Een staaf weerspiegelt met andere woorden niet de hoogte van de onderliggende waarde ten overstaan van elke andere waarde (zoals in een kolomdiagram).

4.2. Diagramgrootte

De grootte van het weergegeven diagram wordt bepaald door de grootte van de cel waarin het wordt weergegeven. Wijzig de celbreedte en de celhoogte om de sparklijn te vergroten of te verkleinen.

4.3. Sparklijnen doorvoeren

Wanneer je aan een tabel met cijfergegevens aan elke rij of kolom een sparklijn wil toevoegen, dan volstaat het voor één rij of kolom een sparklijn in te voegen en de betreffende cel vervolgens door te voeren naar de andere rijen of kolommen.

5. Sparklijnen opmaken

Wanneer een ingevoegde sparklijn naar meerdere cellen werd doorgevoerd, dan hebben onderstaande opmaakfuncties effect op alle (doorgevoerde) sparklijnen in het werkblad, die dan samen als een 'sparklijnengroep' behandeld worden.

5.1. Sparklijn stijlen

Veruit de grootste groep in het contextuele tabblad 'Ontwerpen' wordt uitgemaakt door de groep 'Stijl'. Deze bevat, net zoals voor grafieken, een uitgebreide set sparklijnstijlen.

Klikken op de knop 'Meer' van de stijlengalerij opent de volledige galerij met sparklijnstijlen.

Door één van de stijlen aan te klikken, wordt deze meteen op de sparklijn of sparklijnengroep toegepast.

5.2. Sparklinekleur

Naast voornoemde stijlen, kan je de kleur van een sparklijn (of -groep) instellen met behulp van de knop 'Sparklinekleur' in de groep 'Stijlen'.

Klikken op deze knop opent een vervolgmenu waarin een thema-kleur of een standaardkleur kan geselecteerd worden.

De optie 'Meer kleuren' opent het dialoogvenster 'Kleuren' waarin nog meer standaardkleuren of (via het tabblad 'Aangepast') aangepaste kleuren kunnen geselecteerd worden.

De dikte van de sparklijn kan je instellen via de optie 'Lijndikte' en het daardoor geopende vervolgmenu.

5.3. Sparklijn-waardepunten weergeven

Je kan bepalen welke waardepunten van een sparklijn worden weergegeven (zoals de hoogste, laagste, eerste, laatste of elke negatieve waarde)

Om de afzonderlijke gegevensmarkeringen (waarden) in een lijnsparkline te markeren kan je volgende opties instellen:

  1. Selecteer de sparklijn die je wil opmaken

  2. Klik op het tabblad 'Ontwerpen'


  1. Vink in de groep 'Weergeven' de gewenste selectievakjes aan om bepaalde gegevensmarkeringen weer te geven

    1. 'Markeringen' toont alle gegevensmarkeringen (waarden waarop de sparkline gebaseerd is)


    2. 'Negatieve punten' markeert alle negatieve waarden in de gegevensreeks


    3. 'Hoogste punt' markeert de hoogste waarde


    4. 'Laagste punt' markeert de laagste waarde


    5. 'Eerste punt' markeert de eerste waarde van de gegevensreeks


    6. 'Laatste punt' markeert de laatste waarde

 

5.4. Kleur van de markeringspunten instellen

Je kan de kleur van de weergegeven markeringspunten zelf bepalen met behulp van de knop 'Markeringskleur' in de groep 'Stijl'.

  1. Selecteer de betreffende sparklijn

  1. Klik op de knop 'Markeringskleur'

  2. Klik in het vervolgmenu op het markeringspunt waarvan je de kleur wil wijzigen

  3. Kies een themakleur, standaardkleur of recente kleur ; of klik op 'Meer kleuren' om het dialoogvenster 'Kleuren' te openen

5.5. Andere opmaakmogelijkheden van sparklines instellen

Vermits sparklijnen in één enkele cel worden geplaatst, kan je op deze cel alle opmaakfuncties toepassen die je op elke andere cel kan toepassen, zoals:

 

 

6. Lege cellen en nulwaarden verwerken

Wanneer je een cel met sparklines doorvoert, dan is het niet uitgesloten dat een sparkline wordt geplaatst in een cel die verwijst naar een celbereik dat op dat moment leeg is, of (voorlopig) één of meerdere waarden nul bevat. Voor deze gevallen kan je bepalen hoe de 'ontbrekende' waarden moeten worden afgehandeld.

  1. Klik in de groep 'Sparkline' van het tabblad 'Ontwerpen' op de vervolgknop van de knop 'Gegevens bewerken'

  2. Klik in het vervolgmenu op de optie 'Verborgen en lege cellen...'

  3. Klik in het daardoor geopende dialoogvenster 'Instellingen voor verborgen en lege cellen' op de gewenste weergave:

    1. 'Openingen': de sparkline wordt onderbroken wanneer een lege cel of nulwaarden voorkomt

    2. 'Nul': de lege cel wordt als een cel met nulwaarde beschouwd

    3. 'Gegevenspunten verbinden met lijn': de gegevenspunten voor en na de lege cel worden met elkaar verbonden door een lijn

 

7. Bronnen

Helpprogramma bij Microsoft Excel 2016: zoek op 'sparklines'.