Zoeken in MS Powerpoint 2010-cursus:

Geavanceerde animaties

1. Leerdoel

Studenten moeten zogenaamde 'geavanceerde animaties' aan een beeldschermpresentatie kunnen toevoegen.

2. Werkwijze

Met de aanduiding 'geavanceerde animaties' wordt in Powerpoint onder meer gedoeld op de mogelijkheid om meerdere animaties aan hetzelfde object (tekst, illustratie, afbeelding,...) toe te kennen en verschillende tijdsinstellingen en afspeelopties aan deze opeenvolgende animaties toe te kennen.

Om onderstaande toelichting goed te begrijpen, kan je best weer het bestand 'Bedrijfsvergadering' openen.

  1. Open de dia 'Samenvatting' (de laatste dia in de presentatie)
  2. Klik in het lint op het tabblad 'Animaties'
  3. Klik in de groep 'Geavanceerde navigatie' op de knop 'Deelvenster Animatie'
  4. Daardoor wordt het taakvenster 'Animatiedeelvenster' geopend
  5. De titel, de opsomming en illustratie op de dia, waaraan we eerder een animatie hebben toegevoegd, worden voorafgegaan door een nummer. Dit nummer geeft de volgorde aan waarin de animaties elkaar opvolgen.


  6. Wanneer op meerdere 'elementen' (teksten of objecten) in een dia een animatie werd toegepast, dan kan je volgorde van de animaties bepalen met behulp van de knoppen 'Volgorde wijzigen' .
  7. Je kan de opeenvolgende animaties bekijken door op de knop 'Afspelen' te klikken.
  8. Je beschikt over de mogelijkheid om een 'element' (tekst of object) in de dia te selecteren, en vervolgens via de knop 'Animatie toevoegen' in het lint een tweede, derde,... animatie aan het element toe te kennen.

2.2. Objecten selecteren en bijkomende animatie toekennen

  1. Het is je inmiddels duidelijk geworden dat objecten in de dia, waaraan je een animatie wil toekennen, eerst moeten geselecteerd worden. Klik bijvoorbeeld eerst op de eerder ingevoegde illustratie.
  2. Klik vervolgens op de knop 'Animatie toevoegen' in de groep 'Geavanceerde animaties' van het lint.
  3. Kies in de daardoor geopende galerij met animaties voor een optie die je gepast lijkt. Vermits aan de illustratie eerder de animatie 'Splitsen' werd toegekend op het moment dat de illustratie verschijnt op de dia, kan je nu bijvoorbeeld kiezen voor een animatie uit de reeks 'Nadruk': 'Draaien'.
  4. Daardoor draait de illustratie om haar as, nadat ze met een 'Splitsen'-animatie verschijnt op de dia. Deze volgorde wordt nu ook aangegeven in de dia door de cijfers 5 (het verschijnen van de illustratie) en 6 (het ronddraaien van de illustratie).

  1. Op deze wijze kan je aan eenzelfde dia-object, meerdere opeenvolgende animaties toekennen:
    1. Klik op de illustratie in de dia
    2. Klik op de knop 'Animatie toevoegen'
    3. Selecteer bij wijze van voorbeeld de animatie 'Vormen' uit de reeks 'Animatiepaden'
    4. Bemerk dat deze laatst toegevoegde animaties het volgnummer 7 verkrijgt: het hoogste nummer, omdat het de laatst toegevoegde animatie betreft.
    5. Bemerk ook dat in dit geval het animatiepad met een stippellijn wordt weergegeven.

2.3. De volgorde van objecten en animaties bepalen

Wanneer in één dia aan meerdere teksten en objecten animaties werden toegewezen, dan kan je de volgorde waarin deze objecten in de dia verschijnen én de volgorde waarin de animaties worden afgespeeld volledig zelf bepalen:

  1. Klik in het lint op het tabblad 'Animaties'
  2. Klik vervolgens op de knop 'Deelvenster animatie'

  1. In het middengedeelte van het daardoor geopende 'Animatiedeelvenster' kan de wijze waarop de objecten (titels, tekstblokken, figuren,...) elkaar opvolgen, maar ook de volgorde waarin de animaties afspelen, worden bepaald.

2.3.1. Niet getoonde inhoud tonen

Zoals eerder uitgelegd kan je voor het verschijnen van een tekstblok met opsommingstekens (maar dat geldt ook voor een genummerde lijst) via de knop animatie-effecten opgeven dat de verschillende paragrafen van het tekstblok één na één moeten verschijnen. Je moet dan tijdens de presentatie telkens met linkermuisknop klikken om de volgende paragraaf in beeld te brengen.

In dat geval verschijnt in het animatiedeelvenster onder dit tekst-object een dubbele neerwaarts gerichte pijl , waarmee je de standaard verborgen paragrafen toch in beeld kan brengen.

Door de knop aan te klikken worden alle paragrafen van de lijst getoond. Daarna kan je de lijst terug samenvouwen door op de knop te klikken.

2.3.2. De volgorde van objecten wijzigen

  1. Het lijkt voor de hand te liggen dat - althans in ons voorbeeld op de dia 'Samenvatting' - eerst de titel op de dia wordt gezet tijdens het vertonen van de presentatie, vervolgens bijvoorbeeld de lijst met opsommingstekens en ten slotte de figuur, maar dat kan je desgewenst veranderen.
  2. De namen van de objecten op de dia worden wat cryptisch weergegeven als 'Rectangle' en 'Picture' (telkens gevolgd door een volgnummer dat aangeeft in welke volgorde de objecten in de dia werden ingevoegd), maar door de muiswijzer op één van deze objecten te positioneren, wordt de begintekst van de tekstvakken getoond in een tooltip.

  1. Wanneer je de volgorde waarin de objecten verschijnen wil wijzigen:

    1. dan plaats je muiswijzer op een te verplaatsen object, waardoor de muiswijzer verandert in een dubbele pijl
    2. en sleep je vervolgens het object met ingedrukte linkermuisknop naar een nieuwe bestemming.

    1. De nieuwe bestemming wordt daarbij aangegeven met een zwarte lijn.
    2. Je kan de nieuwe volgorde controleren door op de knop 'Afspelen' te klikken .

  1. In bovenstaande figuur wordt bijvoorbeeld uitgebeeld hoe je de ingevoegde figuur ('Picture') kan laten verschijnen in de dia nadat de titel ('Rectancle 1') is verschenen, door de figuur van de laatste plaats in de lijst vlak onder de titel 'Samenvatting' te slepen.
  2. Een alternatieve werkwijze bestaat er in om het te verplaatsen object eerst te selecteren door het aan te klikken en vervolgens met behulp van de pijlen te verplaatsen, zoals onder het volgende kopje wordt uitgelegd.
  3. Een derde werkwijze voor het wijzigen van de volgorde waarin objecten in een dia verschijnen, bestaat er in om:

    1. eerst een object in het 'Animatiedeelvenster' te selecteren
    2. vervolgens in het lint het tabblad 'Animaties' te openen
    3. en ten slotte in de groep 'Tijdsinstellingen' op de knop 'Eerder verplaatsen' of 'Later verplaatsen' te klikken

2.3.3. De volgorde van animaties wijzigen

  1. Het aanpassen van de volgorde van de ingevoegde animaties kan als volgt:

    1. Selecteer eerst een object in de lijst in het midden van het deelvenster
    2. en verplaats het vervolgens met behulp van de groene pijlen te verplaatsen, totdat de gewenste volgorde getoond wordt.

  1. In onderstaande afbeelding wordt bijvoorbeeld getoond hoe je de eerder ingevoegde animatie 'Cirkel' (weergegeven met het icoon ) als tweede animatie op het object 'Picture' kan laten uitvoeren, door deze animatie met behulp van de knop naar boven te verplaatsen.

  2. Het object 'Picture' zal daardoor:
    1. eerst met behulp van de animatie 'Splitsen' in de dia verschijnen ,
    2. vervolgens een cirkelvormig 'Animatiepad' beschrijven ,
    3. en tenslotte 'Ronddraaien'

  1. Evenals voor het wijzigen van de volgorde van objecten, geldt voor het wijzigen van de animatievolgorde, dat je - als alternatieve werkwijze - de animaties van een object probleemloos van plaats kan verslepen met ingedrukte linkermuisknop. De bestemming wordt daarbij weer aangegeven door een zwarte lijn.

  1. Net zoals voor het wijzigen van objectvolgorde kan je voor het wijzigen van de animatievolgorde gebruik maken van de knoppen 'Eerder verplaatsen' en 'Later verplaatsen' in het lint, zoals in de vorige paragraaf uitgelegd.

2.4. De wijze waarop objecten en animaties starten bepalen

Standaard wordt het verschijnen van een object in de dia of het uitvoeren van een animatie gestart door tijdens de vertoning van de presentatie op de linkermuisknop te klikken.

Powerpoint laat je echter ook toe om dit te wijzigen.

  1. Door op een object in het 'Animatiedeelvenster' te klikken, wordt het geselecteerd en verschijnt meteen een vervolgknop.
  2. Je kan deze vervolgknop aanklikken om een menu te openen met onder meer enkel menu-opties die het verschijnen van een object bepalen:

    1. Bij klik starten: dit is de standaard-instelling die ervoor zorgt dat een muisklik ertoe leidt dat het object in de dia tevoorschijn komt (al dan niet volgens een toegevoegde animatie)
    2. Met vorige starten: wanneer je deze optie aanklikt, dan zal het betreffende object samen met het verschijnen van het vorige object in de dia te voorschijn komen. In dit geval worden tijdens de vertoning van de presentatie het aangevinkte object én het object, dat daaraan voorafgaat in de lijst van het 'Animatiedeelvenster', terzelfdertijd in de dia weergegeven, zonder op een muisknop te klikken.
    3. Na vorige starten: met deze optie kan je ervoor zorgen dat het geselecteerde object onmiddellijk na het verschijnen van het voorgaande object in de dia zichtbaar wordt, zonder bijkomende muisklik.

 

  1. Een alternatieve werkwijze voor het bepalen van de startwijze van een object, gaat als volgt:

    1. selecteer het betreffende object in het 'Animatiedeelvenster'
    2. klik in de groep 'Tijdsinstellingen' van het tabblad 'Animaties' op de vervolgknop van de keuzelijst 'Start'
    3. daardoor wordt een keuzelijst geopend waarin de drie hoger besproken opties eveneens beschikbaar worden gesteld

2.5. Geavanceerde effectopties instellen

Eerder werd reeds toegelicht dat na het toevoegen van een animatie je over de mogelijkheid beschikt om effectopties in te stellen met behulp van de knop 'Effectopties' .

Wanneer je geavanceerde animaties gebruikt, kan je daarenboven van 'geavanceerde' effectopties gebruikmaken.

  1. Je kan deze instellen door:

    1. eerst het betreffende object of de animatie te selecteren door deze aan te klikken in de lijst van het 'Animatiedeelvenster'
    2. vervolgens de daardoor getoonde vervolgknop aan te klikken
    3. en ten slotte in het menu de optie 'Effectopties...' aan te klikken
  1. Daardoor wordt een dialoogvenster getoond dat, afhankelijk van het geselecteerde object en animatie:

    1. een aangepaste naam draagt
    2. meer of minder tabbladen met opties bevat
    3. meer of minder 'Instellingen' en/of 'Uitbreidingen' bevat.

  1. Het spreekt voor zich dat - om wille van het groot aantal verschillende objecten en animaties - het uitgesloten is dat alle aangeboden tabbladen, uitbreidingen en instellingen in dit zelfstudiepakket worden besproken.
  2. We beperken ons daarom tot enkele hoofdlijnen

2.5.1. Effectopties: tabblad 'Effect'

Op het tabblad 'Effect' kan je allerhande instellingen en uitbreidingen vinden die aan de eerder besproken effectopties kunnen worden toegevoegd (zie bovenstaande figuur waarin voor enkele verschillende animaties de instellingen en uitbreidingen op het tabblad 'Effect' worden weergegeven).

  1. Veelal kan je weer de richting van het animatieverloop bepalen zoals je dat eveneens via de knop 'Effectopties' kan instellen
  2. Je kan de animatie daarenboven uitbreiden met volgende effect-opties:

    1. Voeg een geluidseffect toe door in het rolmenu met als standaardaanduiding '[Geen geluid]' een optie te kiezen.

    1. In de keuzelijst 'Na animatie' kan je opgeven hoe de animatie moet worden afgesloten.  Door bijvoorbeeld een groene kleur voor de titel te kiezen, zal de titel groenkleurig worden weergegeven nadat deze werd ingevoegd vanaf de opgegeven richting.

    1. Wanneer de animatie een tekstobject animeert, kun je de wijze waarop de tekstdelen op het beeldscherm verschijnen bepalen in de keuzelijst 'Tekst van animatie voorzien'.  Kies in het rolmenu bijvoorbeeld de optie 'Per woord' om een tekstobject woord na woord te laten verschijnen.

2.5.2. Effectopties: tabblad 'Tijdsinstelling'

In het tabblad 'Tijdsinstellingen' kan je voor een animatie volgende opties instellen:

Noot: Je kan de startwijze van een animatie eveneens instellen via de keuzelijst 'Starten' in de groep 'Tijdsinstellingen' van het tabblad 'Animaties'

Noot: Je kan de vertraging voor het uitvoeren van de animatie ook instellen via de keuzelijst 'Vertraging' in de groep 'Tijdsinstellingen' van het tabblad 'Animaties'

Noot: Je kan de duur van een animatie tevens instellen via de keuzelijst 'Duur' in de groep 'Tijdsinstellingen' van het tablad 'Animaties'.

 

2.5.3 Effectopties: tabblad 'Tekstanimatie'

Wanneer de animatie wordt toegepast op een tekstobject in een lijst met opsommingstekens, dan kan je via het tabblad 'Tekstanimatie' opgeven:

Tekst groeperen: op welke alinea's (welk niveau van de lijst) de animatie gelijktijdig moet worden uitgevoerd

Automatisch na: tik een aantal seconden in dat bepaalt na hoeveel seconden de animatie automatisch gestart moet worden, na het einde van de vorige animatie

In omgekeerde volgorde: bepaalt of de alinea's al dan niet in omgekeerde volgorde moeten worden weergegeven tijdens de animatie

3. Oefening

  1. Klik hier om de oefening 'Animaties' te openen
  2. Open de eerder gemaakte presentatie 'Bedrijfsvergadering' en voeg aan de dia's naar eigen smaak een aantal aangepaste animaties toe.

4. Bronnen

    Helpprogramma bij Microsoft PowerPoint 2010: zoek op 'aangepaste animaties', 'Effectopties', 'Tijdsinstelling'.