Zoeken in MS Powerpoint 2010-cursus:

Tekst invoeren in tijdelijke aanduidingen en in tekstvakken

1. Leerdoel

De student moet tekst aan dia's kunnen toevoegen in tijdelijke aanduidingen, maar evenzeer in tekstvakken.

2. Toelichting

Tekst kan aan dia's worden toegevoegd op twee wijzen: door de tekst rechtstreeks in de dia in te tikken in de daartoe voorziene tijdelijke aanduidingen, ofwel door de tekst in te tikken in de 'Overzichtsweergave' van de diareeks.

Welke invoermethode je gebruikt hangt ondermeer af van de hoeveelheid in te voeren tekst, enerzijds, en van het feit of de tekst kan geïmporteerd worden vanuit een andere Office-toepassing, anderzijds.  Het resultaat is echter identiek.

Op deze webpagina bespreken we de tekstinvoer in 'Normale weergave' in tijdelijke aanduidingen en in tekstvakken.  De volgende webpagina bespreekt de tekstinvoer in Overzichtsweergave en tekst-import.

3. Werkwijze

3.1. Tekst invoeren in een tijdelijke aanduiding

Veelal omvat een dia twee of meer afzonderlijke en onafhankelijke tijdelijke aanduidingen om tekst in te voeren ; bijvoorbeeld: de titel en de eigenlijke tekst.

De tweede tijdelijke aanduiding wordt veelal gevuld met tekstdelen ingedeeld in verschillende niveaus - bijvoorbeeld met behulp van opsommingstekens - waardoor je ook hierin (sub)titels en subteksten kan invoeren.

  1. Open de presentatie 'Bedrijfsvergadering', die in de loop van een eerdere oefening werd aangemaakt.

  2. Voeg aan het einde van deze diareeks een nieuwe dia toe met de dia-indeling uit de bovenstaande figuur ('Titel en object' genaamd).

  3. Klik op de standaardtekst 'Klik om een titel te maken' en tik een nieuwe titel in: 'Werkafspraken'.  Je kan de tekst bewerken (wissen, corrigeren,...) net zoals in je tekstverwerker.

  4. Klik vervolgens op de standaardtekst 'Klik om tekst toe te voegen'.  Het invoegpunt wordt onmiddellijk achter het (enige) opsommingsteken geplaatst.

  5. Wis thans het opsommingsteken door op de Backspace-toets ('BkSp' of '<---') van je toetsenbord te drukken.

  6. Tik de subtitel 'Volgende vergadering' in en druk op de Enter-toets.

  7. Tik als subtitel 'Datum'
  8. Klik op de knop 'Opsommingsteken' en druk op Enter.

  1. Wis het nieuwe opsommingsteken, druk twee maal op de Tab-toets op je klavier (om de tekst onder subtitel 'Datum' te laten inspringen) en tik '12 december 2012'. Druk andermaal op de Enter-toets om een nieuwe regel te beginnen.
  2. Om de volgende tekst opnieuw onder de subtitel 'Datum' uit te lijnen, klik je twee maal op de knop 'Lijstniveau verlagen'
  3. Tik vervolgens 'Aanvang' en klik weer op de knop 'Opsommingsteken'
  4. Tik op gelijkaardige wijze de tekst '11 uur', de subtitel 'Plaats' en de tekst 'Grote vergaderzaal' in, zoals weergegeven in onderstaande figuur.

  1. Maak de titel 'Volgende vergadering' vet en onderlijn de subtitels 'Datum', 'Aanvang' en 'Plaats' .
  2. Klik buiten de tijdelijke aanduiding om het resultaat te bekijken en sla de presentatie op.

3.2. Een tekstvak toevoegen

Stel dat je een tekst wil invoegen op een willekeurige plaats in de dia waarvoor daartoe geen afzonderlijke tijdelijke aanduiding voorzien is.  Je kan in dat geval gebruik maken van een tekstvak.

  1. Klik op het tabblad 'Invoegen'
  2. Klik op de knop 'Tekstvak' in de groep 'Tekst'

  1. Klik met de muiswijzer op de plaats waar het tekstvak moet worden ingevoegd, waardoor een invoervak ter grootte van één teken verschijnt
  2. Tik de gewenste tekst in
  3. Klik buiten het tekstvak om de invoer te beëindigen.  Klik opnieuw op de tekst om eventuele wijzigingen aan te brengen.

3.3. Een tekstvak opmaken

Je beschikt over een groot arsenaal aan opmaakmogelijkheden voor tekstvakken (en 'vormen').

  1. Selecteer het tekstvak door het aan te klikken
  2. Klik in het lint op het tabblad 'Start'
  3. Wanneer je de tekst (of delen daarvan) in het tekstvak selecteert, dan kan je alle opmaakmogelijkheden uit de groep 'Lettertype' gebruiken om de tekst op te maken
  4. Evenzo beschik je over alle opmaakmogelijkheden uit de groep 'Alinea' om de tekst in het tekstvak uit te lijnen.
  5. Daarenboven kan je de opvulling (achtergrond) van het tekstvak snel opmaken door de knop 'Snelle stijlen' in de groep 'Tekenen' aan te klikken en in de daardoor geopende galerij de gewenste achtergrond- en randopmaak te kiezen.
  6. Door de muiswijzer boven één van de stijlen te positioneren, wordt deze meteen op het tekstvak toegepast, waardoor je snel het effect van de verschillende stijlen kan evalueren.

  1. Het aanklikken van een stijl zorgt ervoor dat deze op het tekstvak wordt toegepast.

4. Bronnen

   Helpprogramma bij Microsoft PowerPoint 2010: zoek op 'tekst toevoegen', 'tekstvak'.